|
Claude
Cantré
(°Gent, 1954) kijkt in ‘Smoelen met abrikozen’ naar mensen,
hun vele gelijkenissen, hun verschillen en emoties; de mens
voor de spiegel, intiem of uitvergroot, met veel licht en
veel schaduw.
Hij observeert scherp en noteert geduldig, vertelt o.a. over
geluk en frustratie, over meeval en tegenslag, over recht en
onrecht, de mens met zijn mooiste, scherpe, donkere en heel
kleine kantjes.
|
Claude Cantré
Smoelen met abrikozen
Soms verkoos de auteur een gedicht, hier een stukje, daar
een anekdote, voortdurend wandelend tussen werkelijkheid en
fictie, zoekend op plekken waar beide versmelten. Hij laat
de deur naar de buitenwereld altijd op een brede kier en
volgt de mens in thema’s zoals sociale omgang, milieu,
opleiding, knelpuntberoepen, profijtjagerij, de oude dag,
geloof, liefde, afscheid en dood.
Dit noteert hij nu eens verwonderd, bloedserieus of scherp,
dan weer schalks en uitdagend; veelal met begrip en
tederheid, maar ook met ironie of verbolgenheid. Dankzij
deze wisselingen wordt ‘Smoelen met abrikozen’ vooral echt,
zoetzuur, herkenbaar en (veel)stemmig. Want hoe dan ook,
lang niet alles is wat het lijkt.
‘Smoelen met abrikozen’ is zijn tweede boek. Eerder
verscheen van hem ‘Afspraak met Jacobus: mijmerijen langs de
weg naar Santiago de Compostela’ (2006).
|